Schrijven – van pen en papier tot spraakprogramma

Een persoonlijk verhaal van een oude emerituspredikant (95) Piet van Gurp, over het onderwerp: schrijven.

 

Naast het preken en het persoonlijke contact in het pastoraat heeft het schrijven in mijn functie ook een grote rol gespeeld en dat doet het nog!

Als ik op mijn hoge leeftijd terug kijk en in mijn persoonlijk archief wat rondsnuffel: wat is er wat geschreven door mij en ook aan mij! Een hele geschiedenis van studie en rapporten over mijn werk in de gemeenten en in het kerkverband, maar ook zoveel persoonlijks als verslagen van vakanties en dagboeken over lange tijden.

Als jongetje van zes jaar – dat was in 1927 - leerde ik schrijven met een kroontjespen en inkt. Op de schoolbank was een opening waar het inktpotje inhing met een schuifje erboven, zelf moest je zorgen voor een inktlap. Dat was schoonschrijven, dik en dun.

 

Het duurde geruime tijd voordat er een vulpen op de markt kwam. Die moest je van tijd tot tijd vullen met een pompje uit de pot met vulpeninkt.

De volgende stap was dat je die kon vullen met een inktpatroon. Maar het bleef nog altijd: pen en inkt en papier.

 

Totdat de schrijfmachine zijn intrede deed. Dat was al belangrijk voor de leesbaarheid van wat geschreven werd. Bovendien kon het gemakkelijk worden vermenigvuldigd, namelijk om met carbonpapier een of meer doorslagen te maken. Dat was voor je archief of voor anderen. Wilde je over meer exemplaren van het geschrift beschikken, dan typte je dat op een zogenaamd stencil, waarmee je via een stencilmachine net zoveel exemplaren kon afdraaien als je wilde.

 

Met de handgedraaide machine – later een elektrisch aangedreven apparaat. Dit alles betekende dat op die manier officiële stukken, rapporten en studies beschikbaar kwamen en bleven. Mits onder goede archivale omstandigheden bewaard bleven die in goede conditie, wat van de huidige moderne digitale bestanden niet gezegd kan worden, zo is nu al gebleken!

 

Maar het bleef behelpen, want wanneer je in een rapport veranderingen moest aanbrengen of stukken verplaatsen dan was dat een kwestie van knippen en plakken.

 

Begin zeventiger jaren kwam de grote omwenteling: de Personal Computer met daarop de tekstverwerker.

En dan daarbij het verzenden per e-mail: wat een tijdswinst! Het betekende voor mensen die op eenzame posten gestationeerd waren een doorbreken van hun isolement. In plaats van een brief versturen per post en twee à drie weken wachten op antwoord was er meteen contact.

 

Ik ben toen meteen begonnen met de tekstverwerker, omdat ik mijn proefschrift ging schrijven en de uitgever de kopij graag wilde aangeleverd zien in digitale vorm. Dat was nog altijd netjes typen, totdat het spraakprogramma er aankwam.

 

Al ben ik al 30 jaar met emeritaat, ik ben nog steeds niet aan het eind van het schrijven. Enkele jaren geleden ben ik begonnen met het schrijven van een autobiografie, die ik dit jaar hoop te kunnen afronden. En voor dat laatste stuk heb ik toch nog maar weer een nieuwe versie van Dragon Naturally Speaking gekocht.

Piet van Gurp (95)

Interview 2013